vrijdag 21 mei 2010

De uitzichtloosheid van het Nepalese bestaan...



Hier een plaatje van Mugling, een plaatsje dat zelfs door de meeste Nepalese mensen wordt genoemd als het smerigste dat ooit heeft bestaan in Nepal.
Geloof me, als zelfs de Nepalezen dat zeggen dan is het echt het afvalputje van de wereld.
Ook hier in Nepal zie je lijmsnuivende kinderen, verdwaasd en met grote waterige nietsziende ogen staren ze voor zich uit in een ledigheid van heb ik jou daar. Te smerig om aan te pakken, zwart van het stof en het roet, met snottebellen die op zachte teer lijken.
Wat moet er van die kinderen terechtkomen vraag je je af. De aanblik snijdt je diep door je ziel en doet denken aan de kinderen in onze omgeving die alles al hebben en alleen maar om zich heen kijken naar meer, zich gedragend als volleerde consumenten, zonder besef hoe anders het bestaan kan zijn...
Naast die uitzichtloosheid zijn er ook de gezinnen die langs de "Nepal Highway" wonen, de weg die Marcel en ik gefietst hebben.
Wij reden er maar twee dagen en konden aan het eind van beide dagen onder een min of meer lauwe douche stappen om de roet en het stof van ons af te wassen. We sliepen in een min of meer zacht bed tussen min of meer schone lakens.
De mensen die hier langs de weg wonen worden hier geboren en sterven er ook. Ze bezitten vaak niet meer dan de kleren die ze dragen en wat schamele zaken in hun lemen of golfplaten hutje. Stromend water komt uit de rotswand waartegen hun huytje is gebouwd en loopt 24 uur per dag in een dun straaltje, de enige bron van frisheid. Ze leven van wat de natuur hen biedt, of plegen ruilhandel met de buren.
Het tekent deze mensen dat ze je allemaal vriendelijk toezwaaien met een welgemeende Nepalese groet; Namast'e en een altijd blootgelachen witte rij tanden. De mensen eten hier nagenoeg geen zoetigheid, ze hebben er geen geld voor en daardoor hebben ze allemaal hagelwitte tanden.
Bijna overal zijn er wel winkeltjes, of wat daar op lijkt. Meestal gerund door de vrouwen. De mannen zijn meestal bezig met horizontale dienst, of zitten met kaarten of schaken hun zuurverdiende centen te vergokken. Het schijnt ze niet te deren, niet dat ze opkijken als er een vreemde voorbijkomt, daarvoor hebben ze het meestal te druk met bezig zijn.
Tijdens onze omzwervingen tussen A (waar de reis meestal begint) en B, komt het besef dat iedere reis weer eindigt waar je hoort te zijn, namelijk A en dat is thuis. De eerste letter van het alfabet, hetgeen betekent dat hier niets boven gaat. A-klasse, beter is er niet.
Soms heb je ervaringen als bovenstaand nodig om te beseffen hoe goed we het hebben. Niet zwaarmoedig bedoeld hoor, het leven gaat gewoon door, ook in Nepal, en ook over een maand, wanneer we weer in ons dagelijkse ritme zitten en dit avontuur niet meer is dan een goeie herinnering.
Ik wil er vooral de les geleerd hebben om blij te zijn met de kleine dingen in het leven.
Want tussen deze armoede rondrijden op een fiets die twee lokale jaarsalarissen kost met en camera om je nek van dezelfde prijsklasse doet je beseffen dat we het in ons kikkerlandje, ondanks vijf mislukte Harry Potter-kabinetten, het zo slecht nog niet hebben.
Ik wens jullie allemaal een hele fijne Pinksteren en geniet van het mooie weer. Over een week ben ik weer in Nederland, met een hoofd vol herinneringen en twee SD-cards vol foto's.
Op die foto's onder andere de blije gezichten van het Nepalese volk, dat het maar al te mooi vindt om direct na het maken van de foto, op het schermpje van de camera zichzelf terug te zien.
De rest van de familie moet tot grote hilariteit toch ook maar even kijken....
Namast'e en tot de volgende blog...
(we hebben Sagadawa nog te gaan...)


Geen opmerkingen:

Een reactie posten